“We zijn veroordeeld tot elkaar

Als orthopedisch chirurg en OK-verpleegkundige zijn dr. Arne Decramer en Bram Opsommer naadloos op elkaar ingespeeld tijdens operaties in AZ Delta in Roeselare. “Gelukkig klikt het heel goed tussen ons”, zeggen ze in koor. Een duik in de operatiezaal én de boeiende jobs van twee gepassioneerde zorgverleners. 

WIE IS WIE?

dr. Arne Decramer,
orthopedisch chirurg en medisch diensthoofd chirurgische dagziekenhuizen bij AZ Delta Roeselare.
21 jaar ervaring, waarvan 6 als assistent. 

Bram Opsommer,
OK-verpleegkundige met veertien jaar ervaring, 9 jaar in het operatiekwartier van de Sint-Jozefskliniek Izegem, 5 jaar in AZ Delta Roeselare. 

Een dubbelinterview plannen met een chirurg én OK-verpleegkundige is niet eenvoudig. Op het uur van afspraak, 8.30 uur, is dr. Arne Decramer, orthopedisch chirurg, al volop aan het opereren in het Dagziekenhuis Chirurgie van AZ Delta in Roeselare. Bram Opsommer, OK-verpleegkundige en collega van de chirurg, staat vandaag op ‘gangomloop’, wat net iets meer speling biedt. “Hij komt er straks wel aan”, vertelt Bram op rustige toon. Als OK-verpleegkundige heeft hij al voor hetere vuren gestaan. Met veertien jaar ervaring op de teller is hij ook gepokt en gemazeld als verpleegkundige op het operatiekwartier, eerst in Sint-Jozefskliniek Izegem en nu al vijf jaar in Roeselare. “Het was zeker geen roeping, maar ik wou graag met mensen werken en na mijn opleiding Sociale & Technische Wetenschappen in het middelbaar studeerde ik voor algemeen verpleegkundige. Ik kreeg al snel de kans om in een operatiekwartier te werken en dat beviel me zo hard dat ik er nog altijd aan de slag ben. Ik zou niets anders meer willen doen. We hebben misschien net iets minder contact met patiënten dan andere verpleegkundigen, en in veel gevallen zijn onze patiënten heel nerveus. Het is onze taak om hen op hun gemak te stellen en te kalmeren. Niemand komt voor zijn plezier naar een operatiezaal. We geven hen vooral voldoende informatie, leggen uit wat er gaat gebeuren en verduidelijken dat we allemaal ervaren in ons vak zijn.”

Boswandeling tijdens operatie

Zijn job vat Bram simpel samen: de chirurg helpen met opereren. “Als assisterende verpleegkundige sta je letterlijk aan de operatietafel en help je mee met de operatie. Je ‘instrumenteert’ en geeft dus het materiaal aan. Wanneer er iets ontbreekt, zoals een kompres of een nieuwe steriele set, vraag je dit aan de omloopverpleegkundige – die niet steriel is en rondloopt in de zaal. Die helpt ook de operatie mee opstarten. Aan de operatietafel ben je dus verantwoordelijk voor al het steriel materiaal. Je moet zorgen dat je goed voorbereid bent en weet welk materiaal je nodig hebt. We wisselen sowieso tussen deze functies, dat zorgt voor meer variatie voor iedereen. Zo kan je ook je voorkeur meegeven voor een bepaalde operatie.”

Zelf voelt Bram zich als een vis in het water in de ‘groep schouders’. “Vraag me niet waarom, maar schouder-operaties zijn mijn grootste interesseveld, misschien omdat het zo’n complex gewricht is. Maar waar je ook staat, als OK-verpleegkundige moet je vooral stressbestendig zijn en daarnaast moet je ook over sterke technische vaardigheden beschikken, want je moet met verschillende soorten machines kunnen omgaan, van boor tot zaag en zelfs een robot voor het assisteren van ingrepen.”

“Passie, motivatie én zorg voor de patiënt, daar draait het om.
Uiteindelijk wil je mensen gewoon helpen.”
Arne Decramer

In AZ Delta campus Brugsesteenweg zijn er vijf operatiezalen. Per operatie zijn er minstens twee verpleegkundigen nodig. In het Chirurgisch Dagziekenhuis ligt het operatieritme hoog. Patiënten komen binnen, worden geopereerd en een uurtje later mogen ze alweer naar huis. Bram: “Dr. Decramer werkt vaak via plexus anesthesie, waarbij enkel de arm verdoofd wordt door de zenuwknoop naar de arm tijdelijk uit te schakelen. Die verdoving is na een kwartier ingewerkt, maar de patiënten blijven dus wakker. Als ze heel nerveus zijn, geven we hen een koptelefoon, zodat ze niemand horen. Er hangt sowieso altijd een doek voor hen, ze zien dus niet wat we allemaal doen. Af en toe geven we ook een VR-bril, dan kunnen ze een virtuele boswandeling maken of een tochtje onder water beleven met een duikboot. Indien nodig geven we nog wat extra medicatie zodat ze een beetje suf worden. En na de operatie krijgen ze steevast een koffie en een koekje (glimlach).”

30 operaties op 1 dag

Bram omschrijft Arne als een aangename, rustige persoonlijkheid. “Hij zal zich nooit opjagen. Ik vind het belangrijk dat een chirurg altijd rustig blijft, zeker bij onvoorziene omstandigheden. Dat straalt ook af op de collega’s én de patiënten die op tafel liggen. De sfeer is altijd goed in de zaal, op de achtergrond speelt de radio zacht en we babbelen ook over koetjes en kalfjes tijdens de operaties. Maar iedereen kent zijn taken en blijft natuurlijk heel gefocust.” 

Even later komt de dokter flegmatiek binnengewandeld, tussen twee operaties door. Als orthopedisch chirurg is hij gespecialiseerd in de onderarm, van vinger over hand tot elleboog. Vijftien jaar werkt hij in dit ziekenhuis, daarvoor was hij al zes jaar aan de slag als assistent na zijn genees-kundeopleiding. “Ik doe zenuw- en microchirurgie, vooral van de handen. We zitten als chirurgen allemaal in een niche. Ik hou van de fijnere chirurgie, waarvoor je een beetje geduld moet hebben.”

Vanwaar zijn keuze om chirurg te worden? “Ik wou geneeskunde studeren en werd tijdens mijn opleiding door enkele leer-meesters getriggerd voor deze sub-discipline.”

Net als Bram kan hij zich niet voorstellen dat hij iets anders zou doen. “Ondertussen zit mijn oudste zoon ook in zijn tweede jaar geneeskunde. Ik heb hem eens een dag meegebracht naar hier, misschien heeft dat er ook iets mee te maken (monkellachje). De kinderen zien natuurlijk die passie bij mij, en willen dat ook. Ik hoop dat ik, net als Bram, die passie heel mijn loopbaan kan behouden. Passie, motivatie én zorg voor de patiënt, daar draait het om. Uiteindelijk wil je mensen gewoon helpen.” 

Vandaag is het zijn ‘operatiedag’ op deze campus. De chirurg heeft twee zalen ter beschikking van 8 tot 18 uur en zal zo’n dertig patiënten opereren in dit tijdsbestek, samen met zijn toegewijde teams. Meestal is er ook een orthopedisch assistent aanwezig. Terwijl de chirurg bezig is met een operatie in de ene zaal, wordt de andere zaal al geïnstalleerd door de verpleegkundigen, alle sets steriel klaargezet en de patiënt binnengebracht. 

“Dat is nu eenmaal het concept van een dagziekenhuis: je krijgt patiënten met kleinere ingrepen en er is een heel snelle turnover. Eigenlijk dekt het woord ‘dag-ziekenhuis’ de lading niet meer, het gaat om een ambulante behandeling, waarbij ze zo kort mogelijk in het ziekenhuis blijven en hopelijk met een opgewekt gevoel naar huis gaan. Nu, je hebt niet overal het voordeel om afwisselend in twee zalen te werken, zoals hier. Chirurgen durven hun verpleegkundigen weleens opjagen omdat ze snel willen opereren, maar je moet altijd tien minuten voorbereiding en tien minuten afwerking incalculeren.” 

Zo’n kleine ingreep duurt gemiddeld een klein kwartier. Met elke patiënt praat de chirurg nog even, net voor de operatie start. “Het vervangen van het duimbasisgewricht is het ‘paradepaardje’, maar we opereren vooral springvingers (veroorzaakt door een lokale verdikking op de pees waardoor de vinger blokkeert, red.), of behandelen het carpale-tunnelsyndroom, een aandoening die veroorzaakt wordt door verhoogde druk op een zenuw in de pols. Via een operatie geven we de zenuw meer plaats; we doen dit endoscopisch, via een sneetje in de pols in plaats van de hand. We doen ook kijk-operaties van de pols bij cystes en opereren polsfracturen. Soms leggen we zenuwen vrij in de elleboog als ze te veel afgeklemd worden door een ligament.” 

Leuke operatie-ervaring creëren

Natuurlijk liggen de rollen van iedereen vast in de operatiekamer, waarbij de chirurg de eindverantwoordelijke is en dus de leiding heeft. Bram: “In de praktijk staan we eerder naast de chirurg, ook al is hij de ‘baas’. Als de chirurg bijvoorbeeld even met zijn steriele mouw tegen een plekje komt dat niet steriel is, dan moeten wij dat meteen zeggen. Hij luistert dus naar ons, meer nog, hij rekent honderd procent op ons, en niet enkel tijdens de operatie. Soms is een patiënt niet nuchter (minstens zes uur nuchter-heid is noodzakelijk, red.) als hij arriveert in het ziekenhuis. Dan moeten we met de hele planning schuiven en de arts inlichten”, vertelt Bram. “Af en toe is er ook een tekort aan OK-verpleegkundigen, dan moeten we ook puzzelen met die planning.” 

“We zijn veroordeeld tot elkaar”, valt Arne hem bij.” Ik arriveer en zie met welke equipe ik moet werken. Daarom moeten we elkaar volledig vertrouwen en op elkaar kunnen rekenen. Met Bram babbel ik graag over muziek en voetbal, met anderen gaat het over de landbouw of over kindjes (lacht). Onder lokale verdoving heb ik trouwens niets liever dan dat ook de patiënt mee babbelt. Ik moet me uiteraard concentreren, maar als de patiënt aan het babbelen is met de verpleegkundige en plots is de operatie afgelopen, dan is hij verwonderd dat het al voorbij is. ‘Ben ik daarvoor zenuwachtig geweest?’, zeggen ze dan achteraf. Dat is de mooiste ervaring: als ze het nauwelijks geweten hebben dat ze geopereerd zijn. Nadien zal de patiënt ook vlotter herstellen, daarvan ben ik overtuigd. Het moet heel snel gaan, maar de patiënten mogen nooit het gevoel hebben dat ze er ‘doorgejaagd’ worden.” 

“In de praktijk staan OK-verpleegkundigen eerder naast de chirurg, ook al is hij de ‘baas’. Hij rekent honderd procent op ons, en niet enkel tijdens de operatie.”
Bram Opsommer

Arne verwijst graag naar dr. Jean-Paul Brutus, een Canadese hand-chirurg die in België geboren is en af en toe op Instagram een bericht plaatst over deze manier van opereren. “Het gaat hier niet over kanker, voor alle duidelijkheid, mensen komen voor een springvinger, maar toch zijn ze vaak doodsbang. Je probeert dus een ‘leuke’ ervaring te creëren en hen het gevoel te geven dat alles vlot loopt en het team goed ingespeeld is op elkaar. Soms zit het in details: je kan een kruisje of pijl zetten op de vinger die je moet opereren, maar ook gewoon een smiley, en de patiënt zal meteen lachen. En als wij eens een minder goede dag hebben, mag de patiënt dat zeker niet merken.” 

De persoonlijkheid van wie in de operatiezaal staat, heeft dus zeker een impact op de sfeer én het resultaat. En als het even kan, met een vleugje humor, om de patiënt te ontdooien. “Laat ons eerlijk zijn, dat is bij de bakker toch ook zo?”, zegt Arne. “Je gaat toch ook eerder teruggaan bij een vriendelijke bakker dan bij een norse, ook al is hun brood even goed?” 

Chemie tussen chirurg en OK-verpleegkundig

OK-verpleegkundigen werken in wisselende samenstellingen. “We vertrouwen elkaar en vormen geoliede teams. Elke dag is ook anders. Soms staan we bij voetoperaties, dan weer assisteren we bij knieën, armen of schouders. Die operaties zijn allemaal heel specifiek en hebben ook andere materialen nodig. Regelmatig hebben we bijscholingen zodat we up-to-date blijven. Maar de job leer je echt al doende. Ik kan me nog levendig mijn eerste operatie herinneren en dacht toen dat ik het nooit zou volhouden.”

De chirurg wil nog een bloemetje gooien naar deze gedreven OK-verpleegkundige. “Het is zo aangenaam om met Bram samen te werken. Ik werk op verschillende campussen, maar met sommigen heb je net iets meer die klik. Dat maakt je dag leuk. Ik denk dat hij mijn werk apprecieert, maar ik waardeer even sterk zijn werk. Zonder assistentie kan ik niet opereren. Iemand die vooraf nadenkt en anticipeert, maakt mijn dag zoveel gemakkelijker. Ik vertel altijd hetzelfde verhaaltje tegen de patiënt voor de operatie, maar sommige verpleegkundigen pikken dat op en doen dat dan al in mijn plaats. Vroeger was de cultuur tussen chirurg en verpleegkundige anders, denk ik. We moeten vooral continu eerlijk zijn tegenover elkaar – bijvoorbeeld bij een steriliteitsfout – dat is het allerbelangrijkste.” 

“Ik ben zeker dat ik met Bram op café kan gaan of naar een muziekoptreden. Ook als iemand zich een dag wat minder goed voelt, moet je daarvoor respect hebben en er rekening mee houden. Ik zal nooit schreeuwen. Als een chirurg tijdens mijn opleiding riep tegen mij, ging ik geen extra stap zetten voor die persoon. Je dwingt respect af door je kennis en aanpak.
Natuurlijk moet het voor mij ook correct lopen, en als de operatie even hapert, zal ik dat wel laten blijken, maar zonder grote woorden te gebruiken. Meestal voelen ze wel als ze een tandje moeten bijsteken. Ik krijg trouwens geregeld de vraag of ik vrijdag nog ‘en forme’ ben. Of maandag is ook geen goede operatiedag volgens de volksmond. Maar wees gerust, we moeten elke dag honderd procent presteren”, lacht hij. 

“Toen ik hier begon, had je zeker meer dokters van de oude stempel, waarbij de verpleegkundige zelfs niets zei als de chirurg dat niet wou”, besluit Bram. “Die tijden zijn gelukkig voorbij.”